De Digitale Dienstverlening Volwassenheid Indicator
Het fundament van Digitale Dienstverlening Volwassenheid Indicator wordt gevormd door vier basiselementen en drie omgevingsfactoren. De vier basiselementen zijn:
• IT
• Applicatiemanagement
• Datamanagement
• Informatiemanagement
De kerngedachte achter de Digitale Dienstverlening Volwassenheid Indicator is dat elk element bijdraagt aan de ontwikkeling van het volgende element. Elk element moet een bepaald volwassenheidsniveau hebben bereikt voordat het in staat is het volgende element te ondersteunen in zijn groei. De volgorde in het model wordt weergegeven van 1 t/m 4. Voorbeeld:
Voordat applicaties kunnen worden aangeboden door Applicatiemanagement (element 2), moet eerst IT (element 1) zijn ingericht. Deze applicaties leveren op hun beurt data, die vervolgens door Datamanagement (element 3) worden verwerkt tot informatie. Deze informatie dient als input voor activiteiten binnen Informatiemanagement (element 4).
De drie omgevingsfactoren zijn:
A. De Samenleving, zoals de overheid die wetgevingen bepaald (bijvoorbeeld de AVG). Maar ook misschien wel actiegroepen die organisaties proberen te bewegen om milieuvriendelijk te worden.
B. Technologie. De ontwikkeling van technologieën als AI, VR, Domotica (IoT) en Robotica.
C. Klanten. Hierbij kan men zowel vanuit de interne – als externe klant redeneren.
De drie omgevingsfactoren beïnvloeden (lees leggen druk op) de ontwikkeling van de organisatie. Denk hierbij aan de combinatie van invloeden bij het inzetten van AI. De organisatie wenst AI te gaan gebruiken; de IT-organisatie zal zich hiervoor moeten ontwikkelen wat betreft kennis en toepasbaarheid, en de overheid stelt steeds meer eisen. Deze invloeden leggen aanzienlijke druk op de IT-organisatie. Door dit in kaart te brengen, Kan gericht het zwakste element worden ontwikkeld.
De Vier Interne Elementen
1. IT
IT omvat het beheer en de ontwikkeling van het digitale landschap binnen de organisatie.
Enkele relevante vragen kunnen zijn:
- Zijn alle vereiste rollen ingevuld en beschikken de teamleden over actuele kennis?
- Worden de juiste methodieken en richtlijnen (zoals ITIL, AVG, enz.) correct toegepast?”
3. Datamanagement
Data biedt waardevolle inzichten die voortkomen uit een grote hoeveelheid gestructureerde of ongestructureerde gegevens (data of big data).
Relevante vragen hierbij kunnen zijn:
- Zijn de juiste rollen binnen de afdeling ingevuld? Is er sprake van een adequaat data governance beleid?
- Beschikt het team over de benodigde kennis en tools om grote hoeveelheden data uit verschillende bronnen (zowel gestructureerd als ongestructureerd) te verwerken en om te zetten naar bruikbare informatie voor het management van de organisatie?”
2. Applicatiemanagement
Applicatiemanagement omvat het beheer en de ontwikkeling van het applicatielandschap dat door de organisatie wordt gebruikt.
Belangrijke vragen die hierbij gesteld kunnen worden zijn:
- Zijn de benodigde rollen binnen dit domein ingevuld en beschikt het team over actuele kennis?
- Worden de methoden en richtlijnen (zoals ASL, security, enz.) correct toegepast?”
4. Informatiemanagement
Informatiemanagement is verantwoordelijk voor de informatievoorziening en het informatiebeheer, wat inhoudt dat het de informatiebehoeften vertaalt die voortkomen uit diverse werk- en bedrijfsprocessen binnen een organisatie naar passende informatievoorziening.
Het uiteindelijke resultaat is sterk afhankelijk van andere elementen.
De Vier Omgevingsfactoren
A. De samenleving
Maatschappelijke en politieke ontwikkelingen, geografische – en sociale invloeden, kunnen afhankelijk van de sector waarin een organisatie actief is, grote impact hebben.
B. Technologie
De snelheid waarmee technologieën zich ontwikkelen kan problemen opleveren bij die bedrijven die sterk afhankelijk zijn van deze technologieën. Als de afstand tussen bestaande oplossingen en de benodigde nieuwe technologieën groot is, heeft dit vergaande consequenties op alle elementen.
C. Klanten
De klant stelt steeds meer eisen als gevolg van de wereldwijde keuze en beschikbaarheid van producten en diensten. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het flits bezorgen van boodschappen en het bestellen op wereldwijde platforms als Amazon en Bol.com.
